België gaat tegen wereldwijde trend in: loonongelijkheid wordt nog kleiner

Bron: standaard.be
10 juli 2019 07:02
De kloof tussen de hoogste en laagste lonen in België wordt steeds smaller. Daarmee gaat ons land tegen de wereldwijde trend in. De loonverschillen in ons land zijn kleiner geworden. In 2007 haalden de 10 procent hoogste lonen 28 procent van de loonmassa naar zich toe. Tien jaar later was dat nog 24 procent. Anderzijds werd het ­relatieve belang van de laagste lonen juist groter. In 2007 waren ze goed voor 2,6 procent van de loonmassa, in 2017 voor 3,3 procent. De cijfers staan in de dataset op basis waarvan de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) het rapport ‘Global Labour Income Share and Distribution’ heeft samengesteld. Dat rapport werd gisteren gepubliceerd. De cijfers laten zien dat België  op het gebied van lonen tot de meest egalitaire landen ter wereld behoort. Het aandeel van de hoogste lonen is in maar vier landen ­lager, het aandeel van de laagste lonen in slechts drie landen hoger. Alleen enkele Oost-Europese landen en Finland kennen nog minder loonongelijkheid. In de meeste landen wordt de kloof ­tussen hoge en lage lonen juist breder. Maar de Beneluxlanden vormen een uitzondering. Niet alleen in België, maar ook in Nederland en Luxemburg neemt het aandeel van de middenklasse in de loonmassa toe. De mate van loonongelijkheid is in de drie landen vergelijkbaar, al is de ongelijkheid in België nog iets lager dan in de andere twee landen. Lonen en salarissen Wereldwijd is de ongelijkheid wel erg groot. De 650 miljoen laagst betaalde loontrekkenden verdienen minder dan 1 procent van de loonmassa, hoewel ze 20 procent van het totaal vormen. Dat cijfer blijft al dertien jaar lang stabiel. Tegelijk gaat bijna de helft van al het geld dat als loon wordt uitgekeerd, naar de 10 procent best verdienende werknemers. De wereldwijde ongelijkheid is wel wat afgenomen, door de toenemende welvaart in landen als China en India. In armere landen is de kloof tussen hoge en lage salarissen wel veel groter dan in het Westen. Ten zuiden van de Sahara gaat slechts 3,3 procent van het inkomen uit arbeid naar de  50 procent slechtst betaalde werknemers, in de Europese Unie is dat 22,9 procent. Het ILO-rapport stelt ook vast dat de ­lonen van werknemers een steeds kleiner aandeel in het totale inkomen vormen. Het is wereldwijd gezakt van 53,7 procent in 2004 naar 51,4 procent in 2017. De verhouding tussen arbeid en kapitaal verschuift in het voordeel van de tweede factor. Dat geldt ook in ons land, maar niet in Nederland: daar deed zich een omgekeerde beweging voor doordat het aandeel zelfstandigen gegroeid is. Zij betalen zich hogere lonen uit. De analyse van de ILO heeft alleen betrekking op lonen en salarissen. De totale inkomensverdeling kan er anders uitzien. Dat geldt evenzeer voor de verdeling van het particuliere vermogen, zeg maar de rijkdom.

Jouw mening telt !

Meld je aan of registreer je om een reactie te plaatsen!